Van ‘Puntdroad’ tot SteunJeClub.nl

Prinsjesdag – 16 sept. 2008 – uit mijn dagboek

Ik was een jochie van een jaar of tien. Pa vroeg mij of ik wilde helpen, lompen en oud ijzer ophalen, dat werd dan verkocht en de opbrengst was voor de Harmonie, voor de muziekvereniging in Diepenheim. Van het geld werden instrumenten gekocht.

En ja, natuurlijk wilde ik dat wel. Dat deed ik voor mijn Pa, hij speelde klarinet en was heel betrokken bij ‘zijn’ Harmonie. Ik deed het ook voor mijn Opa Jan, hij speelde bariton, was meer dan 40 jaar bestuurslid.

En bovendien bleek het gewoon heel gezellig, met de vrachtwagen het buitengebied in, langs al die boerderijen, best wel met wat schrik voor die grote herders en bouviers. We haalden lompen en heel veel oud ijzer, we sleepten met zware steenkolenkachels (in de jaren zestig vervangen door gaskachels) en er was veel roestend ‘puntdroad’, heel veel zelfs, dat weet ik nog heel goed. Een littekentje op mijn rechterhand herinnert mij daar nog aan. Het bloedde flink, maar het was voor een goed doel.

En later werd ik lid van de muziekvereniging, van ‘mijn’ Harmonie. Ik was me er niet van bewust, maar leerde eigenlijk waartoe ‘harmonie’ en harmonieus denken en doen je kan brengen. En af en toe vloog er wel eens ‘een noot onder de lessenaar’, maar ook dat hoort erbij. Tijdens die eerdere ritten naar de buurtschappen Markvelde en het Westerflier rondom Diepenheim werd de basis gelegd van mijn ‘liefde’ voor het verenigingsleven.

En ja, we oefenden, we verzorgden serenades, bijna wekelijks toen, want er was altijd wel een stel 40/45 of 50 jaar getrouwd. En er waren die optochten en concerten, talrijk in aantal. Prachtig ook altijd de allegorische optocht in ‘t Stedeke en het bezoek aan de havezaten rond Diepenheim (Nijenhuis/fam. Schimmelpenninck en Huize Diepenheim/ fam. De Vos van Steenwijk).

Maar het ging bij ons thuis toch ook vaak over ‘hoe komen we aan het geld voor muziekinstrumenten’ en wat later in de tijd, de aanschaf van de eerste uniformen en de dirigent die betaald moest worden en de huur van het gebouwtje waar we repeteerden, ’t Volksheil, al was die huur niet zo hoog.

Later in de tijd, ik woonde al in Markelo, werd ik bestuurslid van de sportvereniging Markvogels. Ook daar  weer de vraag: hoe komen we aan geld, bijvoorbeeld via sponsoring? En zou jij de reclameborden willen vervangen en dat bespreken met de middenstanders? Nou vooruit dan maar. De onthulling van de borden door Sinterklaas en de pers erbij ‘vandaag bij Markvogels, morgen naar FC Twente’, een bord met ‘nieuwswaarde’.

Even speelde bij mij destijds de gedachte om de administratie van een middenstander bij te gaan houden en dan voor de helft van het uurtarief van een accountant. Ik heb het niet gedaan, maar ik had nooit sneller en meer voor de clubkas kunnen verdienen dan mijn eigen kennis en ervaring te gelde te maken.

Toen ik in 1997 een adviesbureau communicatie & sponsoring begon samen met oud wielrenner Hennie Kuiper en voormalig semi-profvoetballer Gerard Somer werden we regelmatig gebeld door amateurverenigingen. Of we konden helpen bij sponsorwerving, ‘no cure, no pay’ uiteraard. Toch maar niet. Uren aan het werk voor de verkoop van een reclamebord van 300 gulden per seizoen en dan 10% provisie. Niet haalbaar dus.

‘Gebrek aan financiën en tekort aan kaderleden’, het blijven helaas de nummers 1 en 2 op de bestuurlijke agenda van heel veel verenigingen.

Dat eerdere idee van ‘aanwending’ van specifieke ervaring/vaardigheden kwam weer boven. En ‘neen’- verkopen naar amateurverenigingen, dat kan toch niet waar zijn!

Daarvoor is er toch teveel bewondering voor de jeugd die lootjes verkoopt, de muziekvereniging die oud papier ophaalt, het mannenkoor met de jaarlijkse verkoop van potgrond en ga zo maar door.

Eind jaren ’90 het idee van de ‘verzilvering’ van een atv-dag voor je club (vanaf latere datum spreken we over ‘verzilvering’ van een ‘verlofdag’) toch maar eens voorgelegd aan Financiën: ‘die niet waagt, die niet wint’: een brief gestuurd naar Staatssecretaris Vermeend, maar die wees in een reactie op de regeling aftrekbare giften.

Opgeven? Dat nooit, daarvoor blijkt al snel teveel maatschappelijk draagvlak voor het idee. En daarom:

  •  ‘die niet waagt, die niet wint’, voor die tienduizenden ‘harmonie’- verenigingen waar honderdduizenden kaderleden en een veelvoud aan vrijwilligers zich inzetten, omdat ze het leuk vinden, omdat ze zich betrokken voelen, omdat ze die ervaring van het ‘ophalen van roestend puntdroad’ delen.
  • ‘die niet waagt, die niet wint’, voor het verenigingsleven (het hart van de samenleving) dat waardering en steun verdient, ook van onze overheid, in woord en daad.

Yasemin Smit en Rianne Guichelaar

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s